Selecteer een pagina

Dit of dat: wat is het verschil en wanneer gebruik je welk aanwijzend voornaamwoord?

“Dit” gebruik je voor iets dat dichtbij is, “dat” voor iets dat verder weg is.
Toch gaat het verschil tussen “dit” en “dat” niet alleen over fysieke afstand. In het Nederlands spelen ook context, nadruk en verwijzing een rol. Daardoor worden deze woorden in de praktijk regelmatig door elkaar gehaald.

Wat betekent “dit”?

“Dit” is een aanwijzend voornaamwoord dat je gebruikt voor iets dat dichtbij is, zowel letterlijk als figuurlijk. Het kan gaan om iets dat je vasthebt, iets dat net genoemd is, of iets dat op dit moment centraal staat.

Voorbeelden:

  • Dit boek ligt op tafel
  • Dit is precies wat ik bedoel
  • Dit probleem moeten we oplossen

In deze zinnen verwijst “dit” naar iets dat dichtbij is of direct relevant is in de situatie.

Wat betekent “dat”?

“Dat” gebruik je voor iets dat verder weg is of minder direct betrokken is. Dit kan fysieke afstand zijn, maar ook iets dat eerder in het gesprek genoemd is of minder nadruk heeft.

Voorbeelden:

  • Dat huis daar is te koop
  • Dat bedoelde ik niet
  • Dat probleem speelde vorig jaar

Hier verwijst “dat” naar iets dat minder dichtbij of minder direct aanwezig is.

Wanneer gebruik je “dit” of “dat”?

Het verschil zit vooral in afstand en nadruk:

  • Gebruik dit voor iets dichtbij, actueel of belangrijk
  • Gebruik dat voor iets verder weg, eerder genoemd of minder centraal

In gesprekken zie je vaak:

  • iets introduceren → dit
  • er later naar verwijzen → dat

Voorbeeld:

  • Dit is een interessant idee
  • Dat idee moeten we verder uitwerken

Veelgemaakte verwarring

De verwarring ontstaat vooral omdat afstand niet altijd letterlijk is. Ook in abstracte situaties moet je kiezen tussen “dit” en “dat”.

Bijvoorbeeld:

  • Dit is een goede oplossing (je introduceert het idee)
  • Dat is een goede oplossing (je verwijst terug naar iets dat al genoemd is)

Beide kunnen correct zijn, afhankelijk van de context.

Handige tip om het verschil te onthouden

Een simpele manier om het verschil te onthouden:

  • Dit = dichtbij / nu / introductie
  • Dat = verder weg / eerder / verwijzing

Twijfel je? Vraag jezelf af: gaat het om iets dat nu centraal staat of iets waar je naar terugverwijst?

Waarom correct gebruik belangrijk is

Hoewel “dit” en “dat” vaak allebei begrepen worden, maakt het juiste gebruik je taal duidelijker en preciezer. Zeker in zakelijke communicatie of teksten is het belangrijk dat de lezer direct begrijpt waar je naar verwijst.

Door bewust te kiezen tussen “dit” en “dat”, voorkom je onduidelijkheid en schrijf je helderder Nederlands.