Schrijf je het gebeurt of het gebeurd? En is het is gebeurd of is gebeurt? Gebeurt en gebeurd klinken hetzelfde, maar worden op een andere manier gebruikt. Het verschil zit in de functie van het werkwoord gebeuren in de zin.
De belangrijkste regel is eenvoudig: gebeurt is een persoonsvorm en gebeurd is een voltooid deelwoord.
Gebeurd of gebeurt?
Zowel gebeurd als gebeurt is correct, maar niet in dezelfde situatie.
Gebeurt gebruik je als persoonsvorm in de tegenwoordige tijd:
Er gebeurt vandaag veel.
Gebeurd is het voltooid deelwoord van gebeuren:
Er is vandaag veel gebeurd.
Je kunt het verschil vaak herkennen aan andere werkwoorden in de zin. Staat er bijvoorbeeld is of heeft bij, dan heb je vaak met een voltooid deelwoord te maken.

Is gebeurd of is gebeurt?
De juiste vorm is is gebeurd.
In deze constructie is is de persoonsvorm en gebeurd het voltooid deelwoord.
Goed: Wat is er gebeurd?
Fout: Wat is er gebeurt?
Goed: Er is gisteren iets vreemds gebeurd.
Fout: Er is gisteren iets vreemds gebeurt.
Je schrijft hier dus altijd gebeurd met een d.
Het gebeurt of het gebeurd?
De juiste vorm is het gebeurt.
In deze zin is gebeurt de persoonsvorm. Het onderwerp is het. In de tegenwoordige tijd gebruik je bij hij, zij en het de stam + t.
De stam van gebeuren is gebeur. Daar komt een t achter:
gebeur + t = gebeurt
Bijvoorbeeld:
Goed: Het gebeurt regelmatig.
Fout: Het gebeurd regelmatig.
Goed: Het gebeurt vaker dan je denkt.**
Dit gebeurt of dit gebeurd?
Ook dit gebeurt is correct.
Bijvoorbeeld:
Dit gebeurt iedere week.
Dit gebeurt alleen wanneer het erg druk is.
Wil je over het verleden praten en gebruik je een voltooide tijd? Dan verandert het:
Dit is gisteren gebeurd.
Je ziet hier mooi het verschil tussen beide vormen:
Dit gebeurt nu.
Dit is gisteren gebeurd.
Waarom is gebeurd met een d?
Gebeurd is het voltooid deelwoord van gebeuren. Om te bepalen of een voltooid deelwoord op een d of t eindigt, kun je de bekende regel van ’t kofschip gebruiken.
Je kijkt naar de laatste letter van de stam. Bij gebeuren is de stam gebeur. De r staat niet in ’t kofschip. Daarom eindigt het voltooid deelwoord op een d:
ge + gebeur + d = gebeurd
Daarom schrijf je bijvoorbeeld ook:
Het is gebeurd.
Wat is er gebeurd?
Dat had nooit mogen gebeuren.
Hoe weet je snel of het gebeurt of gebeurd is?
Probeer te bepalen of het woord de persoonsvorm of een voltooid deelwoord is.
Een handige truc is om gebeuren te vervangen door een werkwoord waarbij je het verschil kunt horen, bijvoorbeeld maken.
Het gebeurt vandaag. → Het maakt verschil.
Het is gebeurd. → Het is gemaakt.
Bij maakt en gemaakt hoor je duidelijk dat het om twee verschillende werkwoordsvormen gaat. Bij gebeurt en gebeurd hoor je dat verschil niet, maar de grammaticale regel is hetzelfde.
Twijfel je vaker over dit soort woorden? Bekijk dan ook ons overzicht van veelgemaakte taalfouten in de Nederlandse taal.
Gebeurt of gebeurd? Onthoud dit verschil
Je kunt het verschil uiteindelijk heel kort onthouden:
Het gebeurt → tegenwoordige tijd, persoonsvorm.
Het is gebeurd → voltooid deelwoord.
Dus: dit gebeurt, het gebeurt, maar het is gebeurd. Zodra je weet welke functie gebeuren in de zin heeft, is de keuze tussen gebeurt en gebeurd een stuk eenvoudiger.