Selecteer een pagina

Softwarelokalisatie: waarom vertalen niet hetzelfde is als lokaliseren

Je software is klaar, de interface staat, alle knoppen doen wat ze moeten doen. De volgende stap: de internationale markt op. Veel bedrijven denken dan dat het simpelweg een kwestie is van de teksten omzetten naar een andere taal. Toch loop je daarmee al snel tegen problemen aan die niets met grammatica te maken hebben. Een goed werkende app in Nederland kan in Japan onbruikbaar aanvoelen, gewoon omdat niemand heeft nagedacht over hoe de interface zich gedraagt in een andere taal en cultuur. Dat is het verschil tussen vertalen en lokaliseren.

Waarom een letterlijke vertaling niet volstaat

Een woord-voor-woordvertaling van je interface levert zelden een prettige gebruikerservaring op. Duitse of Finse woorden zijn vaak een stuk langer dan hun Nederlandse of Engelse tegenhangers, waardoor knoppen en menu’s plotseling te klein worden voor de tekst die erin moet passen. Arabisch en Hebreeuws lopen van rechts naar links, wat betekent dat niet alleen de tekst, maar ook de hele lay-out moet spiegelen. En dan is er nog de grammatica: in het Russisch of Pools verandert de vorm van een woord afhankelijk van een getal ervoor, iets waar een Nederlandse of Engelse zin geen rekening mee hoeft te houden. Wie hier niet op anticipeert, eindigt met een interface die technisch vertaald is, maar in de praktijk niet werkt.

Cultuur zit overal in de details

Lokalisatie gaat verder dan taal alleen. Datumnotaties, valuta, maateenheden en zelfs de manier waarop getallen worden geschreven (een punt of een komma als decimaalteken) verschillen per land. Iconen en kleuren die in het ene land neutraal zijn, kunnen elders een heel andere lading hebben. Denk ook aan voorbeeldnamen, adresvelden of telefoonnummerformaten in formulieren: een adresveld dat alleen ruimte biedt voor een Nederlandse postcode werkt niet voor een gebruiker in de Verenigde Staten of Japan. Bij een zorgvuldige softwarevertaling wordt hier vooraf over nagedacht, zodat je product zich in elk land vertrouwd voelt in plaats van “vertaald”.

Wat lokalisatie in de praktijk betekent

Een goed lokalisatietraject bestaat doorgaans uit een aantal vaste stappen:

  1. Voorbereiding van de brontekst. Teksten worden zoveel mogelijk los van de code gezet (in aparte taalbestanden), zodat vertalingen makkelijk te beheren en bij te werken zijn zonder de broncode aan te raken.
  2. Vertaling door native speakers. Niet alleen de taal, maar ook toon en gebruikersgemak worden per doelmarkt beoordeeld.
  3. Technische aanpassing. Lettertypes, tekstrichting, datum- en getalnotaties en de ruimte voor tekst in de interface worden gecontroleerd en waar nodig aangepast.
  4. Testen in context. De vertaalde interface wordt echt bekeken en getest, niet alleen gelezen als losse tekstregels, om te zien of alles nog klopt zodra het in de praktijk wordt gebruikt.

Dit geldt niet alleen voor grote softwarepakketten. Ook bij het app vertalen van een mobiele applicatie komen dezelfde uitdagingen terug: een klein scherm laat nog minder ruimte voor lange teksten, en gebruikers verwachten dat meldingen, foutmeldingen en knoppen net zo natuurlijk aanvoelen als in de oorspronkelijke taal.

Waarom dit de moeite waard is

Lokalisatie kost meer tijd en aandacht dan een kale vertaling, maar het effect is direct merkbaar. Gebruikers vertrouwen een product sneller wanneer het aanvoelt alsof het speciaal voor hen is gemaakt. Reviews in appstores en supportvragen nemen af wanneer een interface geen rare afkortingen of afgekapte teksten meer bevat. En omdat lokalisatie vaak ook zoekwoorden en app-store-teksten meeneemt, profiteert ook de vindbaarheid van je product in de nieuwe markt.

Tot slot

Wie internationaal wil groeien met software of een app, doet er goed aan verder te kijken dan de tekst alleen. Taal, cultuur, techniek en gebruikerservaring komen bij lokalisatie samen, en juist die combinatie bepaalt of gebruikers in een nieuw land jouw product net zo vanzelfsprekend vinden als gebruikers thuis dat doen.